Doodmoe word ik er van, misschien herken je het. Maar als ik de deur uitga denk ik na tien meter... had ik nou de deur afgesloten? Ik loop terug, check... ja. De deur is op slot. Draai me om en na tien meter denk ik... had ik nou?
Ik denk dat ik dat gewoon te vaak gedacht heb. En dat er nu een olifantenpaadje in mijn hersens is ontstaan. Dat er een gedachtengang is gemaakt die er niet meer uitgaat en dat mijn gedachten onwillekeurig die weg gaan.
Daar slaat de foto met de penslotsleutel in mijn hand op. Dat is ook een manier om die 'gewoonte-gedachte' te neutraliseren. Als je de deur uitgaat en de deur afsluit, hou dan de sleutel in de hand. Als je na tien meter denkt (net als ik): Heb ik nou de deur afgesloten? Kijk dan naar je hand. Als je daar de goede sleutel ziet dan heb je de deur inderdaad afgesloten.
Wat ook helpt, bij mij dan, is mijn Ezelsbruggetje-liedje zingen.
Sowieso is het goed om alles wat je doet, met aandacht te doen.
Daar kan de krokodil-theorie bij helpen.